Warhammer: Enemy Within the Eusterpark !

Op reis om avonturiers te worden
01-Uit het dagboek van Fridhelm.

En onverwacht ontmoeting en een nieuwe bestemming.
We zitten in een herberg en lezen een folder waarin naar avonturiers wordt gezocht voor een gevaarlijke missie. Ja gevaarlijk, maar we kunnen er wel 20 kronen per dag mee verdienen. We besluiten om mee te doen aan deze avontuurlijke expeditie die vanaf Altdorf zal vertrekken.bold_adventureres.png
Wij zijn vier broers, allemaal met dezelfde moeder maar van verschillende vaders. Ugo, de oudste (ongeveer 28 jaar), werkt als huurling. Hij is de sterkste van ons met de meeste ervaring in het vechten en heeft aan veel veldslagen meegedaan. Ik zelf, Fridhelm (21 jaar oud), ben de enige die het geluk heeft gehad om te kunnen studeren. Daarom kan ik schrijven en antieke teksten lezen. Hubert, 17 jaar oud, werkt als grafrover. Maar hij schroomt ook niet om de ongelukkigen die nog niet begraven zijn van hun bezittingen te ontdoen. Tenslotte is er de jonge Wilhelm (14 jaar) een kleine en wendbare muilezelrijder. Hij is dan misschien niet de grootte en meest angstaanjagende, wel is hij in staat om de keel van een vijand in een handomdraai door te snijden!
Tijdens onze reis naar Altdorf helpen we een reiziger die wordt aangevallen door mutanten. Wij doden deze wezens, maar voor de reiziger is het te laat. We zijn ontzettend verbaast dat de man wel erg veel op mij lijkt! De dode man draagt enkele documenten bij zich en in één daarvan staat dat hij een grote som geld in de stad Bogenhaven moet afhalen.
Eenmaal in Altdorf aangekomen zijn we verbaast door de pracht van de Imperiale stad. We lopen naar het paleis van de prins, maar daar blijkt dat we te laat zijn en dat de expeditie al lang vertrokken is.
We hebben onze kans gemist. Wat we wel zouden kunnen doen is naar Bogenhaven reizen om daar te checken of wij de som geld kunnen bemachtigen. In de haven ontmoeten we een schipper die ook een oude vriend van de familie is: Jozef Quartin. Wat een geluk dat we Jozef ontmoeten, want hij is bereid om ons op zijn boot naar Bogenhaven te brengen. We moeten hem wel helpen met het navigeren naar de stad.
In een taverne eten we iets tot we worden lastiggevallen door een groep dronken edelenmannen, arrogante klootzakken. Wilhelm verliest zijn geduld en doodt één van hen, zo snel dat niemand de tijd heeft om een ​​woord te zeggen! In een ogenblik ligt de arrogante kerel in een bloedplas op de grond met een dolk door zijn keel!! De situatie is zeer ernstig!! Voor de moord van een edelman hebben wij als arme drommels niet veel hoop op vrijspraak! Dus hebben we geen andere optie dan weg te rennen.
Een geluk bij een ongeluk is het feit dat wij onze broer Fritz ontmoeten, waarvan wij geen nieuws meer hebben vernomen sinds hij werd gedwongen uit ons dorp weg te vluchten. Fritz is 19 jaar en is mijn echte broer, want we hebben het zelfde vader. Fritz werkt als Bawd en biedt zijn kennis van de donkere kant van Imperiale stad aan de edelen die op zoek zijn naar een beetje lol in de stad. Er zijn in Altdorf maar weinig plekken die hij niet kent. Gelukkig voor ons, want Fritz leidt ons door de straatjes en steegjes van de stad en zonder problemen bereiken we de boot van Jozef. Geraakt door deze onverwachte ontmoeting besluit Fritz om met ons te gaan en de volgende ochtend zetten we koers richting Bogenhaven.

View
Vanaf Altdorf naar Bogenhaven.
02- Uit het dagboek van Fritz

De reis op de boot was zeer interessant en bovendien ben ik heel blij om weer samen met al mijn broers te zijn!
We komen in Bogenhaven en de stad wemelt van mensen, reizigers en kooplieden, aangetrokken door de stadsmarkt:
het Schaffen Feest! Overal zijn er kraampjes waar van alles te koop is zoals wapens, kleding, vee, paarden, wijnen en voedsel. Er zijn veel jongleurs, worstelaars, talmers van beesten en er worden vele shows georganiseerd.
We genieten van het feest tot het moment dat we een dwerg tegenkomen. Hij vertelt dat de vindplaats van een grote schat weet en wil ons in ruil voor een biertje de schuilplek wel verklappen. Maar het is een smoesje, want hij doet niets anders dan ons geld uit te geven aan liters bier; dronkenlap. Daarna besef ik dat hij mijn geld ook heeft gestolen, die klote dwerg!
Ondertussen is er bij één van de shows een goblin (of zo iets) weggevlucht. De burgemeester van de stad heeft een geldprijs aangeboden voor degene die erin slaagt om hem te vangen. Uitgehongerd als we zijn laten we deze kans niet lopen en we bieden aan om op het “groene ding” te jagen. Het blijkt dat de goblin zich in de riolering heeft verschuilt,…wat een plezierige plek heeft die kleine bastaard gekozen. Helaas lukt het ons niet om hem te pakken en we duiken letterlijk in de stront in een poging hem te pakken. In de kanalen van de riolen vinden we een deur die leidt naar een kamer die er heel eng en raar uitziet. Het enige pluspunt van dit alles is dat we uiteindelijk het levenloze lichaam van de klote dwerg vinden.
Eenmaal uit het riool worden we zelfs gevangen genomen met een belachelijke beschuldiging, maar kort daarna zijn we weer vrij. Helaas hebben we nog steeds geen geld, maar zijn we wel een strontgeur rijker. Het ziet er niet best uit voor ons.
Het wordt alleen maar erger, want ‘s nacht worden we op de boot aangevallen door een groep misdadigers. We vermoorden hen en vinden tot overmaat van ramp een brief in een zak van een van hen een brief waarin staat dat het document van de dode reiziger nep was. Helaas ligt er geen geld op ons te wachten in Bogenhaven.
Door deze puinhoop hebben we toevallig ontdekt dat de plaatselijke gilde de handel wil gaan monopoliseren. Het feit dat we iets groot hebben ontdekt wordt bevestigd door een aantal vreemde ontmoetingen en door het feit dat we de hele tijd worden achtervolgd.

View
Zwarte magie in Bogenhaven
03- Uit het dagboek van Fridhelm

bogenhafenmap.jpg
We hebben ontdekt dat de Gilde zich verschuilt achter een geheim genootschap dat bestaat uit gewetenloze zakenlieden, die door het gebruik van zwarte magie de handel van het Rijk willen controleren. Om dat te kunnen realiseren, moeten ze een verduiveld ritueel uitvoeren.
De lucht en sfeer in de stad wordt elke dag donkerder en verontrustender en zelf op de maan menen we een demonisch gezicht te zien. Het toeval heeft ons hier naartoe geleid en nu het blijkt dat we de enigen zijn om dit duistere plan te kunnen stoppen. Ons onderzoek brengt ons in contact met een van de leden van de Gilde. Hij is betrokken bij het plan, maar is bang geworden voor de gevolgen van dit demonische ritueel. Daarom heeft hij besloten ons te helpen en vertelt ons waar en wanneer het ritueel zal plaatsvinden. Hij nodigt ons thuis uit, maar daar aangekomen vinden we hem dood en beseffen we dat we in een val zijn getrapt. Iemand wil ons van deze moord beschuldigen.
Nu worden we gezocht, we hebben niets meer te verliezen en besluiten door te gaan met ons plan. We profiteren van de chaos veroorzaakt door verschillende branden in de stad om de plaats van het ritueel te bereiken. De ingang wordt beschermd door bewakers, maar het lukt ons om ze snel te doden. Ugo laat ons zien hoe een sterke krijger zijn zwaard gebruikt …met een slag snijdt hij een bewaker letterlijk in twee stukken.
Als we binnen zijn zie we verschillende mannen in witte kleding rond een altaar waar een soort van lichtstraal uitkomt. We besluiten direct aan te vallen en het lukt ons om veel van hen te doden en zelfs het altaar te verwoesten. De lichtstraal verdwijnt, helaas vlucht ook de leider. Onze jonge broer Wilhelm is zwaar gewond geraakt en we besluiten om het gebouw te verlaten.
P.S. Ik moet niet vergeten om Hubert veel te laten oefenen met de kruisboog,…hij heeft meer schade aan het gebouw veroorzaakt dan een katapult zou doen, én ook geen vijanden geraakt. Knap!

View
Een nieuwe commissie.
04- Uit het dagboek van Fritz

Met hulp van onze liefde Goden is het ons gelukt om het kwade ritueel te stoppen. Nu zijn we gedwongen de stad snel te verlaten. Bogenhaven is geen veilige plek meer voor ons en we denken dat veel mensen graag onze koppen op een lans zouden willen zien.
Gelukkig vinden we bescherming bij de nobelman Bela Dusterman. Een zeer rijke man die ons een opdracht biedt. Een gevaarlijke, en daarom belooft hij ons goed te belonen als de missie slaagt! We moeten Giuliana zijn dochter opsporen en terug brengen. Een groep van gevaarlijke bandieten hebben het meesje ontvoerd.
Met een voorschot van de premie kopen we nieuwe wapens en kleren waarna we vertrekken. Bij een taverne ontmoeten we een dwerg die mensen wil rekruteren voor een zeer gevaarlijke onderneming. We spreken met de dwerg af dat we aan zijn missie deelnemen, maar in ruil daarvoor moet hij ons dan helpen om Giuliana te vinden en bevrijden.
We vertrekken en na een dag lopen komen we bij een heuvel. Na iets beter kijken blijkt deze een schuilplaats te zijn.

View
Op zoek van Giuliana.
05- Uit het dagboek van Fridhelm!
We inspecteer de heuvel. Er is een hoofdingang waar licht uitkomt. Aan de andere kant van de heuvel vinden we een gat in de grond, …het ziet eruit als een tweede ingang. Dan besluiten we om de rokende schoorsteen op de heuvel met bladeren te bedekken zodat de mensen in de schuilplaats gedwongen worden naar buiten te gaan. Maar na bijna een uur is er nog niemand naar buiten gekomen, dus lopen we naar binnen. In de eerste kamer vinden we 4 dode mannen die in hun bed zijn vermoord en in de kamer ernaast ligt een stervende man die tot het helft van zijn lichaam in de grond is getrokken. Voordat hij sterft vertelt hij ons dat ze door “Ratto Cornuto” aangevallen zijn en dat ze zijn vrouw meegenomen hebben. Die vrouw blijkt Giuliana te zijn!

In de schuilplaats vindt Wilhelm een kist met veel munten en edelstenen waaronder één hele mooie. Terwijl Wilhelm deze in zijn handen houdt, grijpt de dwerg deze en rent vervolgens weg. We zijn zo verbaasd dat niemand iets onderneemt om de verrader te stoppen. Vuile klote dwergen!
We delen de rest van de inhoud van de kist met zijn vijven. Wilhelm heeft een vers spoor gevonden en we gaan in de achtervolging. Na een dagreis stoppen we in het bos om daar zonder een vuur te maken gaan slapen in de bomen. Het is koud en het was geen geweldig idee om in de bomen te slapen; wat een klote nacht. De volgende ochtend doen al onze botten en spieren zeer.
We gaan verder en ‘s middag zien we vier wezens die een zeer dikke vrouw (of is het een koe?) vervoeren. Ze is vastgebonden aan een paal. We vallen ze aan; het zijn grote ratten (volledige uitgerust en goed gewapend) en het lukt ons om 3 van de ratten te doden. Helaas ontsnapt de leider ons en werd ook de vrouw vermoord. Het was Giuliana die bovendien zwanger was. We begraven Giuliana onder een boom en dan beginnen we de terugreis op volle snelheid, want we vrezen dat de leider van de ratten terug zal komen met versterking. ‘s Avonds stoppen we bij de zelfde plek als van de vorige nacht en ‘s ochtends ontdekken we dat iemand bij ons is geweest en dan horen we Hubert: GATVERRRRRR!!! IEMAND HEEFT OP MIJ GESCHETEN!!!!!!!! Onze bivak zit vol keutels!
In de verte zie we 4 wezens, waarschijnlijk goblings. Aan het einde van de dag ontdekken we dat we in een rondje hebben gelopen en dat we weer bij dezelfde plek als gisteren zijn. Dus we verblijven nogmaals een nacht in het bos en ditmaal worden we beroofd. We horen de goblings die ons uitlachen. Hubert is woest en rent achter ze aan : IK MAAKT JULLIE DOOD VUILE BASTAARDS! IK SNIJD JULLIE OREN ER AF EN DAN MAAK IK ER TWEE ASBAKKEN VAN! Maar Hubert komt terug met een wond aan zijn voet. Sterker nog, we ontdekken dat de goblings in onze schoenen hebben gescheten, lelijke vuile klootzakken!
De dag daarna laten we Wilhelm regelmatig in een boom klimmen om de goede route aan te houden. Maar we moeten nog een nacht in het bos slapen. Tijdens de nacht verrassen we de goblings en het lukt ons om ze weg te jagen. De volgende dag bereiken we de schuilplaats onder de heuvel, we zijn doodmoe en we vallen allemaal in een diepe slaap.
De volgende dag zijn we bij rivier Reik. We maken van de gelegenheid gebruik om ons te wassen en even uit te rusten als we plotseling een lichaam zien dat door de stroom wordt meegevoerd. Het is een dode man…iemand heeft hem vermoord en wel kort geleden. Dichtbij vinden we een boot en na verschillende pogingen lukt het ons om aan boord te klimmen. De brug is bedekt met doden en ik doe iets stoms, want in plaats van alert te blijven begin ik samen met Hubert de lichamen te onderzoeken (om eerlijk te zeggen, te beroven) met als resultaat dat we totaal verrast zijn als we worden aangevallen door 4 mutanten. Het gevecht is heel heftig. Uiteindelijk maken we de mutanten dood, maar ik en Fridhelm zijn zwaar gewond.

View
De boot!
05b- Uit het dagboek van Fritz!

Het schip vervoert ​​wol en we vinden ook een vrouw die de aanval heeft overleefd door zich te verstoppen in een kast. Ze vertelt ons wat er gebeurd is en dat ze de vrouw is van één van de dode handelaren. We besluiten het schip in bezit te nemen en naar de eerste wachtplek te varen om de gebeurtenis te melden. Verder besluiten we om bij de eerste grote stad de wol te verkopen en daarna de boot aan de weduwe van de kapitein terug te geven.
Zulle de Goden Manann en Taal ons helpen en beschermen!

View
Varen naar Weissbruck, en een beetje rust.
Part 06 - Uit het dagboek van Fridhelm

We zijn overgeleverd aan het gevecht tegen de mutanten, maar Fritz, Wilhelm en ik zijn ernstig gewond en we hebben dringend medische zorg nodig. Dus varen we naar Weissbruck om een dokter te zoeken en om bij de autoriteiten de aanval van de mutanten en het tijdelijk bezit van de boot aan te geven.
Op voorstel van Renata Hozier (de weduwe van een van de handelaren die is gedood door de mutanten) doen we de dode lichamen in zakken (gemaakt met de zeilen) die we dichtnaaien. We gooien de gedode mutanten in het water behalve één die we als bewijs voor de autoriteiten willen houden.
Ugo en Hubert hebben de boot als twee ervaren zeilers beheerd (hoewel ze geen ervaring hadden) en gistermiddag zijn we na bijna 2 dagen varen in deze kleine handelsstad aangekomen. Hier zijn we aangemeerd aan de kade die gereserveerd is voor de meest rijke kooplieden. Het kost ons 1 kroon per dag, maar we hebben een hele hoop werk bespaard en alles werd voor ons geregeld. Het onderzoek over de aanval van de mutanten en de legalisering van het tijdelijke bezit van de boot zal enkele dagen duren. Tot die tijd worden we geadviseerd om de wol niet te verkopen. Dus we moeten gewoon afwachten.
Het is ons gelukt om de diensten van een hele goede arts te krijgen, .. heel duur, maar in alle oprechtheid voelen we ons al veel beter. Tussentijds heeft Hubert op de boot een beetje geld en diverse wapens gevonden en we hebben besloten om Renata in dienst te nemen. Ze is blij met ons aanbod …en vooral van de liefdevolle aandacht van Ugo en Hubert.

Derde dag in Weissbruck….de tijd verstrijkt terwijl we doktersbezoeken afleggen, nieuwe nette kleren kopen (op dit moment zien we er niet uit!), de noodzakelijke rust nemen en onderhoudswerken aan de boot plegen. Ondertussen komen nieuwe schepen in de haven aan, waaronder één uit Bretonnia, ongelooflijk groot en rijkelijk versierd. We zijn getuige van het lossen van waren, die kostbare boeken blijken te zijn. De koper is een oude man met lang haar en een angstaanjagend uiterlijk (het blijkt dat hij een krachtige tovenaar is die net buiten de stad woont). Van handel begrijpen we niet veel, maar het is duidelijk dat het gaat over een gigantische som geld.
Ik heb bij apotheker Wiera Klawestun de inhoud van de 2 flessen die ik had gevonden laten onderzoeken. Het is de moeite geweest, want in een zit een heel goed en waardevol genezingsdrankje en in de andere een rookmaker.
We hebben gehoord dat twee zeilers zijn verdwenen, maar het lijkt dat zulke dingen vaak gebeuren en niemand maakt zich er druk over, zelfs niet als het lichaam van één van hen dood wordt gevonden.

View
Een enge ontmoeting en een nieuwe huis
06-B Uit het dagboek van Fritz

Gisterennacht op de terugweg van één van zijn verkenningen, heeft Hubert een hele vreemde ontmoeting gehad:
….“Ik liep terug naar onze boot toen ik in een steegje twee mannen omarmd zag staan. Ik dacht dat ze seks hadden, maar toen kreeg ik toch een slecht gevoel en ben ik dichterbij gekomen om beter te zien wat ze deden. Ik kon het niet goed zien, maar het was heel eng….het leek alsof de ene man de andere aan het bijten was. Ik was doodsbang maar tegelijk was ik ook geïntrigeerd. Ik kon niet stoppen met kijken, maar ik durfde ook niet dichterbij te komen. Uiteindelijk is het me lukt om weg te gaan en naar de boot te rennen!”.

Het is nu bijna een week dat we in Weissbruck stilzitten, we genezen heel snel, nieuwe schepen zijn aangekomen, maar ook andere zeilers zijn verdwenen. Vandaag is er weer één dood gevonden, zijn lichaam was totaal uitgedroogd en had vreemde en verontrustende littekens. Dat samen met het verhaal van Hubert maakt ons heel onrustig en we moeten steeds meer aan het werk van een vampier denken.

Eindelijk hebben we nieuws gekregen over dat het onderzoek over de aanval van de mutanten officieel gearchiveerd is. Dat betekent ook dat we kunnen gebruik kunnen maken van de boot totdat de weduwe van de kapitein de boot zal reclameren. Het is goed nieuws en we besloten om de boot te dopen met de naam van onze geliefde moeder “Maria Gertruda”.
We kunnen de wol ook verkopen, maar het valt wel tegen. We zijn geen handelaars en waarschijnlijk zullen we niet meer dan 500 kronen krijgen, veel minder dan de werkelijke waarde van de wol.
Tussentijds zijn andere zeilers verdwenen en nieuwe dode lichamen gevonden. We zijn besluiteloos, het gevaar van een vampier in de stad doet ons neigen om weg te gaan. Wegvluchten,…. Ja maar waar naartoe en met welk doel? Zullen we alle 70 zakken wol verkopen of alleen een deel?
Voor de zekerheid bereiden we ons voor op een mogelijk snel vertrek. We hebben voorraden voor 3 weken ingekocht en gecontroleerd of alles op de boot op zijn plaats is.
Vanochtend zijn ik en Friedhelm naar Wiera Klawestun geweest om afscheid van haar te nemen, maar toen we daar kwamen hebben we haar niet gevonden en in de apotheek was alles over de kop gehaald, alsof iemand iets aan het zoeken is geweest. Met zijn tweeën, met niets anders dan onze dolken….nog te zwak om een gevecht te overleven, …durven we niet naar de 2de verdieping te gaan. We rennen terug naar de boot om onze broeders hulp te vragen!

View
De ontvoering van Wiera Klawestun
7A- Uit het Dagboek van Fritz

Zittend op het dek van onze boot rook ik mijn pijp onder een volle sterrenhemel en zal ik deze spannende dag beschrijven.
Na het ontdekken van de verdwijning van de apotheker Wiera Klawestun zijn Fridhelm en ik naar onze broeders gegaan en zijn met hen weer naar het huis van Wiera terug gerend.
We inspecteren het huis waar we niets anders vinden dan de tekenen van verwoesting. Van Wiera helaas geen spoor. Daarna ontdekken we een verborgen deur die naar een kelder leidt. In het totale duister ging ik vooraan de trap af, de ene hand aan de muur en met mijn mes in de andere, toen plotseling iemand tegen mij aan botste. Instinctief sloeg ik met mijn mes van me af en het lukte me om de ander te verwonden. Al snel besefte ik dat ik een verschrikkelijke fout had gemaakt, want wie tegen mij aan botste was niemand anders dan de jonge kleindochter van de apotheker. Het arme kind doodsbang en nu vanwege mij ook gewond aan de onderarm. Ik slaagde erin om haar te kalmeren en gelukkig leek de wond niet ernstig. Lisa (dit is haar naam) vertelde ons dat veel mannen bij het huis waren aangekomen en dat zij zich daarom in de kelder heeft verborgen. Vanaf daar heeft ze het geschreeuw van haar tante gehoord die werd meegenomen.
Waarschijnlijk werd de apotheker ontvoerd omdat ze niet gebogen heeft voor de bedreigingen van de brief die we vanochtend in het huis hebben gevonden.
In de kelder heeft Hubbert een kleine kist gevonden maar het lukt ons niet om deze te openen. We vermoeden dat in de kist ligt wat de mannen zochten, dus besloten we om de kist naar onze boot te brengen.
Terwijl Ugo, Fridhelm en Hubbert naar de boot gingen, brachten Wilhelm en ik het meisje naar de dokter aan wie we alles hebben verteld. Daarna lieten we Lisa aan zijn zorg over en we ging direct naar het wachthuis van de lokale militie om onze ontdekking en de ontvoering van de apotheker te melden.
Terug op de boot besloten we om op zoek naar Wiera te gaan. Onze enige aanwijzing was de brief waarin over een Rode schuur werd gesproken, dus pakten we onze wapens en uitrustingen en vertrokken we.

View
De Strijd bij de Rode schuur.
07B- Uit het Dagboek van Fridhelm

We vonden zonder veel moeite de schuur, ca. een uur lopen van de stad, op een heuvel in het midden van een gecultiveerd veld. Aan de voorzijde van de hoofdingang op een hooistapel merkten we een man op die een dutje aan het doen was. Hubbert probeerde in de schuur te sluipen zonder te worden gehoord, maar de man werd wakker en begon te schreeuwen. Toen hij besefte dat hij omringd was begon hij te stotteren en om clementie te vragen. We deden ons best om hem te kalmeren, maar die idioot wilde niet luisteren, dus Hubbert (die al moe van die vent was) forceerde de deur van de schuur en stormde met Fritz naar binnen.
Daarna alles is vrij snel gebeurd; plotseling hoorden we Hubbert schreeuwen dat hij door een pijl was getroffen, de man op de hooistapel profiteerde van het moment om zijn zwaard te trekken en in een oogwenk waren Ugo, Wilhelm en ik tegen hem aan te vechten. Het lukte Wilhelm om hem serieus te verwonden, maar tot onze grote verbazing stond de man op en rende op volle snelheid weg.
Terwijl de gewonde Hubbert de schuur verliet, rende Fritz na een moment van verwarring naar binnen en lukte het hem om naar de bovenverdieping van de schuur te klimmen en met een harde slag een van de tegenstanders direct te doden. Licht gewond door een pijl rende hij woest naar een andere tegenstander die de boog had. Fritz werd weer geraakt door een pijl, maar die roekeloze broer van mij bleef aanvallen ook toen een tweede gewapende man verscheen. Gelukkig kwamen Ugo en Wilhelm te hulp en op het zelfde moment zag ik Hubbert de schuur binnenlopen, gewapend met dat vreselijke ding…de BLUNDERBUS…Met een duivelse glimlach op zijn gezicht schreeuwde hij: LIGGEN !!!!! En dan BAAAAM!!!!
Alles was gehuld in een witte wolk van rook en toen de rook verdwenen was zag ik dat de muur van de schuur doorzeefd was met kogels en rood was van bloed. Een van de mannen lag tegen de muur met zijn hoofd open als een watermeloen, met stukken van de hersenen en vlees overal verspreid, terwijl zijn andere metgezel op de grond lag en zijn laatste adem uitblies. Helaas werd ook onze jonge Wilhelm werd getroffen door een paar kogels, maar gelukkig waren de wonden niet ernstig.
Fritz vond Wiera vastgebonden in de schuur, lichtgewond en doodsbang, maar wel in leven. We keerden zonder problemen terug naar het huis van de dokter die onze terugkeer met grote vreugde verwelkomde. Het nieuws van onze onderneming had zich snel verspreid in Weissbruck en de bewoners verwelkomden ons met kreten van vreugde en zelfs de commandant van de stadsmilitie feliciteert ons. We gaven de kist terug aan Wiera (die sinds de bevrijding niet gestopt was met ons te bedanken) en nadat de dokter onze gewonde had verzorgd (en weigerde om ervoor betaald te worden), liepen we terug naar onze boot, waar Renata, zich bewust van het gebeurde, ons beloonde met een heerlijk diner.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.